Sinds 01 april 2008 rijdt een kandidaat een deel van de examenrit zonder aanwijzingen van de examinator. Het "zelfstandig route rijden" kan op drie manieren worden uitgevoerd:

- naar een vast en bekend coördinatiepunt rijden.
- meerdere routeopdrachten tegelijk (clusteropdracht)
- met behulp van een navigatiesysteem.

De examinator bepaalt vooraf hoe de kandidaat het onderdeel "zelfstandig rijden" moet uitvoeren.
Dit meldt hij de kandidaat aan het begin van de examenrit. Als er geen navigatiesysteem in de lesauto aanwezig is,
of als de kandidaat er niet mee heeft leren werken, dan beperkt de keus zich tot de eerste twee varianten. Het zelfstandig rijden zal minimaal tien tot maximaal vijftien minuten van het examen in beslag nemen. De totale examentijd blijft hetzelfde.
Het bereiken van het juiste eindpunt is overigens geen doel op zich, wel de wijze waarop de kandidaat zijn verkeerstaak uitvoert.

Nieuw onderdeel: Bijzondere manoeuvres

Er is met opzet voor de term bijzondere manoeuvres gekozen om het verschil aan te geven met de huidige bijzondere verrichtingen. Het vernieuwde rijexamen kent drie bijzondere manoeuvres:

1. Omkeeropdracht
Bij de omkeeropdracht krijgt de kandidaat al rijdende te horen dat hij de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen.
De kandidaat kiest zelf de plaats en de wijze waarop hij keert. Hij kan dit doen via een halve draai, steken of een bocht achteruit.
De kandidaat moet laten zien dat hij op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.

2. Parkeeropdracht
De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijgt de kandidaat de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn.
Ook hier bepaalt de kandidaat zelf hoe hij de parkeeropdracht uitvoert.

3. Stopopdracht
Verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij moet de kandidaat zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als rechterzijde van de rijbaan.
Hierbij is het van belang dat de kandidaat een juiste inschatting heeft van de lengte van de neus van de auto.

Van deze drie kiest de examinator er twee. Daarnaast kan de examinator steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren.
Bij de uitvoering van de bijzondere manoeuvres is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop de kandidaat de opdracht uitvoert.